Excursie naar het Nestven

Excursie naar het Nestven
Excursie naar het Nestven - foto: Victor Retel Helmrich

Een gezamenlijke wandeling van het B-Team en boeren uit de streek

Zondag 1 maart is een zonnige dag als we ons verzamelen om naar het Nestven te gaan. Het is de eerste keer dat de weidevogelgroep samen met Chris en Harrie, boeren uit Riel,  het veld in gaat om vogels te kijken en van elkaar te leren. Bij aankomst op het zandpad in het verlengde van de verharde weg die Nestven heet, zien we dat het ven gelukkig niet helemaal droog staat. Enkele centimeters water maken het ven aantrekkelijk voor de 35 kieviten die we in het midden van de plas zien terwijl witte kwikstaarten langs de oever insecten uit het gras pikken. De plas is een uitbreiding van het oorspronkelijke Nestven dat in de aanliggende heide ligt. Hiervoor werd in 2010 landbouwgrond onttrokken en onder water gezet. Het heeft nu een belangrijke functie als rust- en fourageergebied voor weidevogels in de broed- en trektijd, zo leg ik aan de groep uit. Ook blijkt het een plek te zijn waar regelmatig roofvogels als slechtvalk en boomvalk kunnen worden waargenomen. Vorig jaar zag ik ze in het ondiepe water een bad nemen.

Kieviten snel verstoord

We besluiten over het zandpad links om de plas te wandelen zodat we de zon zoveel mogelijk achter ons hebben waarmee we goed zicht hebben op vogels in de plas. Als we halverwege de plas even stilhouden valt me op dat de groep kieviten op de wieken gaat om na een tijdje weer terug te keren in de plas. Kennelijk veroorzaakt onze groep op het zandpad al teveel verstoring. Het zou voor de vogels op de plas meer rust geven als de gemeente Hilvarenbeek, die hier de eigenaar van is, een dichte gemengde haag zou aanplanten tussen de plas en het zandpad op de plaats waar nu prikkeldraad op paaltjes is gespannen. Met kijkgaten in de haag zou je toch op de plas kunnen kijken.

Herstel van de heide

Als we verder lopen en een smal paadje volgen komen we bij het oorspronkelijke Nestven. Het is een voedselarm ven omgeven door struik- en dopheide. Aan het water staat gagel op de grens van ven en heide. We houden stil en luisteren aandachtig naar roepende kieviten in de verte en de druk zingende tjiftjaffen in de rand van het bos. Het bos verderop is flink opengehakt om de heide te vergroten. Het is een plan van de Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek ter verbetering van landschap en biodiversiteit. Stapels stammen en takken zijn tot 3 meter hoog langs de zandwegen opgestapeld. Hier is met groot materieel gewerkt om blijkbaar nog voor het begin van het broedseizoen klaar te zijn. Het aanzicht maakt een troosteloze indruk door de her en der verspreid liggende takken en stammen die de heide afdekken. Hopelijk worden die nog na het broedseizoen verwijderd en zal het de Nestven in zijn oude luister te bewonderen zijn.

Bijenreservaat

Voordat we rechtsom gaan om langs het ven terug te lopen besluiten we even een bijenreservaat in het bos te bezoeken. Daarvoor steken we linksaf het bos in en komen na ongeveer 100 m op een open zonnig stukje heidegrond waar open zand deels met mos is bedekt. Het is een mooi gezicht om het mostapijt in de zon met zoveel kleuren van groen, geel en rood te zien. We zijn nog vroeg in het jaar maar zien toch al wat activiteit van zandbijen en hommels. Gravende insecten kunnen hier in alle rust hun gangen boren in de bodem of in de 70 centimeter hoge steile rand die voor dit doel is aangelegd. Voor andere insecten ontbreekt ook een zorgvuldig opgebouwd insectenhotel niet. Vanwege de vandalismegevoeligheid is dit bijenreservaat sinds een paar jaar met omheining afgezet maar vanaf het zandpad is dit geslaagde initiatief van  B-team Hilvarenbeek toch goed te bekijken.

Blauwe kiekendief - foto: Victor Retel Helmrich

Een bijzondere ontmoeting

We lopen terug richting het Nestven en steken de bosstrook door naar het open landbouwgebied tussen de bossen van Gorp en Rovert en het Nestven. Van oorsprong was dit een goed weidevogelgebied waar jaarlijks een tiental kieviten broedden. Nu is het grotendeels ontwaterd en geëgaliseerd. We turen de akker af naar vogels en zien kwikstaarten en een groepje veldleeuweriken. Verder vallen de aantallen vogels tegen totdat we opeens een bijna witte vogel met zwarte vleugelpunten in beeld krijgen. Iemand roept: ooievaar!  Maar nee dit is geen Ooievaar maar een Blauwe kiekendief. Hij komt  in onze richting gevlogen en laat zich mooi zien. Niet wit maar lichtgrijs van kleur met zwarte vleugelpunten en gele ogen. Zijn schommelende vlucht met naar beneden gerichte kop op 2 a 3 meter boven de grond is kenmerkend voor kiekendieven. Dit exemplaar is een steeds zeldzamer wordende wintergast die uit verre noordelijke streken komt.  In ons land broedt de vogel alleen nog maar op Terschelling met wisselend succes.

Deze waarneming  vormde een mooie afsluiting van een leerzame en gezellige wandeling van onze weidevogelgroep met de twee gasten uit Riel die het zeer wisten te waarderen.